Informatie

De Huissense Gilden

Waar ze vroeger de stad beschermde zijn ze er nu nog voor tradites en gebruiken. De twee enige nog bestaande stadsgilden in Gelderland: Het St. Gangulphusgilde en het St. Laurentiusgilde binnen de stad Huissen.

Een “Gilde”
Vanaf de middeleeuwen ontstonden allerlei soorten gilden. Een gilden was een vereniging waarin mensen met dezelfde beroepsgroep in verenigd waren. Zo konden kennis, vaardigheden en ervaring moeiteloos uitgewisseld worden. De bakkers hadden het Bakkersgilde. Wilde je bakker worden dan moest je er lid van zijn.

Schuttersgilden
Bij de zogenaamde Schuttersgilden zat het iets anders. De schuttersgilden hadden de taak de stad te beschermen en de orde te handhaven. De leden, de gildebroeders, hadden een regulier beroep en waren daarnaast schutter.

Huissen
Zo ook in Huissen. De eerste schuttersgilde is in Huissen in 1411 opgericht. Men had behoeft aan zo’n gilden want het plaatsje was inmiddels een echte stad geworden. Huissen verwierf in 1314 stadsrechten. Huissen was omringt door stadsmuren en vlak daar langs liep de rijn. Daar hief men tol. De stad was toen in handen van de Graaf van Kleef. Dit was bijzonder omdat de plaatsen om Huissen heen eigendom waren van de Hertog van Gelre. Dit leidde nog wel eens tot een conflict.)

Het St. Jorisgilde en het St. Antoniusgilde
Zoals eerder gezegd is in 1411 de eerste Huissense Schuttersgilde opgericht. Dat was het St. Jorisgilde. Een tijd later, in de vijftiende eeuw ontstond ook het St. Antoniusgilde. Van de oprichting van dit gilde is geen specifiek jaartal bekend. Deze beide gilden hadden de taak de orde binnen de stad te bewaken. Maar vooral het verdedigen van de stad, zoals tegen de Hertog van Gelre.

Het Beleg en Onzet van Huissen
Dit werd zeker belangrijk in het jaar 1502. Huissen floreerde op dat moment. En voor de eigenaren was de tol die op de Rijn geheven werd erg lucratief. Dat vond Hertog Karel van Gelre dus ook. Hij wilde Huissen innemen. Het zou lastig zijn om door de hoge stadsmuren te geraken, dus daarom deed hij iets anders. De hertog liet zijn troepen de stad belegeren. Op die manier zouden de Huissenaren niet aan eten kunnen komen. Het vallen van Huissen zou een kwestie van tijd zijn. Waar de hertog niet aan gedacht had was dat er genoeg groente verbouwd werd en dat er, uit de rijn, genoeg gevist kon worden om het even uit te houden. Meer dan een maand hebben de Gelderse troepen voor de muren gelegen. Genoeg tijd voor het kleefse ontzettingleger om naar Huissen te komen om het te ontzetten. Na een bloederige slag werd Karel van Gelre verslagen. De Huissense gilden herdenken dit nog ieder jaar.

St. Gangulphusgilde
In het jaar 1536 fuseerde het St. Jorisgilde en het St. Antoniusigilde tot het St. Gangulphusgilde. Deze bestaat nog steeds.

St. Laurentiusgilde
Huissen was in 1661 inmiddels eigendom van de keurvorst van Brandenburg. Deze keurvorst richte in dat jaar het St. Laurentiusgilde op. Als tegenhanger van het St. Gangulphusgilde. Dit nieuwe gilde was voor de “jonggezellen”. Ook dit gilde bestaat nog steeds.

Verandering en Samenwerking
In de loop der jaren verloren de beide gilden hun militaire functie. Deze werd overgenomen door het leger en de politie. Maar de gilden bleven bestaan en actief. De nieuwe rol werd het bewaren van de tradities en gebruiken. Sinds 1889 werken de twee Huissense gilden nauw samen.Wanneer zij door de straten van Huissen gaan zijn zij te onderscheiden doormiddel van hun kleur. De leden van het St. Gangulphusgilde dragen de kleur rood. En de “jongeren”, het St. Laurentiusgilde, voert de kleur blauw.

Anno nu
Nu meer dan 600 jaar na de oprichting van de eerste gilden in Huissen zijn zij nog steeds springlevend. Zij dragen de tradities en de geruiken van die 600 jaar Huissense gilden-geschiedenis uit. De gildebroeders hebben een aantal dagen in het jaar dat zij bij elkaar komen. Zoals koningschieten, kerkwijding, het ontsteken van het paasvuur, de dagen van de patroonheilige en de herdenking en het naspelen van het Beleg en Ontzet van Huissen. En daarnaast zijn de gilden uit Huissen diepgeworteld in de Gelderse gemeenschap van Gilden en Schutterijen.Dit alles onder de eeuwen oude pijlers van Broederschap Dienstbaarheid en Trouw.

De Huissense Gilden

Huissen, gelegen aan de rand van de Over-Betuwe, grenzend tussen de Rijn en de Linge is een oude stad. De stadsverheffing werd verleend door de Hertog van Kleef in 1314. Een belangrijk deel van de historische bebouwingen ging verloren door de zware bombardementen en gevechten in de Tweede Wereldoorlog. Het stadswapen van Huissen is een Zwaan. De zwaan is het Kleefse wapen en omdat Huissen een van de drostambten van Kleef was, is de zwaan in het Huissens wapen terechtgekomen. Er is wel verschil, de Kleefse zwaan is heraldisch rechtsgaand en de Huissense zwaan is heraldisch linksgaand. En de zwaan is ook terug te vinden in de wapens van de Gilden.

In de gemeente Huissen bevinden zich de twee eeuwenoude Gilden het Sint Gangulphus en Sint Laurentius. Zij vormen de enige nog bestaande stadsgilden in Gelderland. In 1411 werd in de stad Huissen, die toen nog tot het graafschap Kleef behoorde, het Sint Jorisgilde (kruisboog-gilde) opgericht. Later in de vijftiende eeuw ontstond hier ook het Sint Antoniusgilde (voetboog-gilde). Deze beide Gilden hadden tot taak de verdediging van de stad Huissen, die als Kleefse enclave in het Hertogdom Gelre was gelegen. Dit kwam vooral tot uiting in 1502, toen Karel van Egmond, Hertog van Gelre, de stad Huissen tevergeefs belegerde. In het jaar 1536 fuseerden het Sint Jorisgilde en het Sint Antoniusgilde tot één Gilde. Het Laurentiusgilde is het jongste Gilde, zij dateert uit 1661. Dit Gilde werd opgericht als” jonggesellen schutten compagnie”.

Sinds het einde van de negentiende eeuw (1889) werken beide Gilden nauw samen. Volgens de tradities behoren de ongehuwde (jonggezellen) tot het Sint Laurentiusgilde en de gehuwden tot het Sint Gangulphusgilde. Uiterlijk kan men het verschil nog zien aan de kleuren van de kostuums en de vaandels. Het Sint Gangulphusgilde voert de rode kleuren en het Sint Laurentiusgilde voert de blauwe kleuren.

St. Gangulphusgilde

In het jaar 1536 fuseerden het Sint Jorisgilde en het Sint Antoniusgilde tot een Gilde. Dit Gilde werd onder bescherming van de stadspatroon Sint Gangulphus geplaatst. In de loop der eeuwen verloor het Sint Gangulphusgilde zijn militaire functie en kreeg het vooral tot taak als broederschap de eenheid van de bevolking in burgerlijk en kerkelijk opzicht te bevorderen. De fusieakte uit 1536 is nog steeds in het bezit van de Gilden en een kopie hiervan hangt in het Gildenkapel. De tekst hiervan luidt:

In den jaere ons Heeren duysent vijjhondert ses und dartich heeft die Eerendtfeste und Vromen Joncker Elbert van, Pallandt Erfmarschalk, onseren drost en amptsman in stadt und van wegen ons genedigen lieven Heeren, mit toedoen Richter Burgemeijster, Schepenen en Raidt en die gemeine Burgeren en Burgers kijnderen van Huessen, van die twee schutterije ende broederschappen nementlich sancti Anthonius ende Georgius,om meerder liefde, vrundtschap en eendracht to halten, een schutterij ende broederschap gemeackt geheyten Sanctus Gangulphus Schutterije und Broederschap.

Het St. Gangulphuswapen

Het St. Gangulphuswapen is als volgt verdeeld (gevierendeeld met hartschild). In het eerste kwartier staat het kruis van St. Joris (keel op argent). In het twee kwartier het wapen van hertogdom Kleef (op keel). In het derde kwartier het stadswapen van Huissen (heraldisch links gaande zwaan op keel). In het vierde kwartier de letter T het teken van St. Antonius (sabel op argent). In het hartschild het teken van St. Gangulphus (argent op sabel). Het hardschild symboliseert de fusie in 1536 tussen het St.Jorisgilde en het St. Anthoniusgilde.

St. LaurentiusgildeWAPEN STLAURENTIUSGILDE 0200

Het Laurentiusgilde is het jongste Gilde, zij dateert uit 1661. Dit Gilde werd opgericht als” jonggesellen schutten compagnie”. Het Gilde werd opgericht met toestemming van de landsheer, keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg.Dit wegens verleende krijgsdiensten.

De broederschap der jong gezellen is opgericht in het jaar 1661 onder de regering van de Doorluchligsten Keurvorst von Brandenburg Hertog Cleef Glorieuzer Gedagtenis

Zo luidt de trotse aanhef in het in 1808 aangelegde Gildenboek van het Sint Laurentiusgilde. Door het ontbreken van het oudste Gildenboek, dat na 1873 verloren is gegaan is er over de geschiedenis van het Sint Laurentiusgilde uit de periode 1661 – 1750 weinig bekend.

Een schrift met wat aantekeningen over de (gilden) geschiedenis van Huissen. Geen opzienbarende teksten, maar het geeft wel aan dat de geschiedenis van onze stad mensen altijd geboeid heeft.  Enkele belangrijke gedeelten uit het Laurentiusboek:

De Broederschap der Jonge Gezellen is opgericht in het jaar 1661 onder de Regering van de Doorluchtigsten Keurvorst von Brandenburg, Hertog van Cleef Glorieuze Gedachtenis. Doch heeft dezelve 27 jaar, als van het jaar 1750 tot het jaar 1777 geen voortgang gehad om reden van oorlog en duuren tijd.
 
1777 den 8 Juny. Op Zondag des namiddags om 4 uur zijn de jongegezellen in de school geweest en hebben alle eenpaarlijk besloten de Broederschap van Sint Laurentius de schutte Compagnie wederop te regten, en te vernieuwen tot meerdere eer en glorie van God en een generale vriendschap onder malkander te houden.
 
Den 26 Julij 1808 hebben wij het geluk gehad onze nieuwe landsheer Ludovicus Napoleon als 1sten koning van Holland binnen onze muuren te zien, waarop de jonge Gezellen vergaderd zijn geweest in Geweer en Wapens en hebben hem onder het gestadig Vivat onzen Koning gebragt tot aan het klooster alwaar Zijne majesteit is binnen gegaan ,dat gedaan zijnde is zijne Majesteit van hier weder vertrokken waarvoor de jonggezellen ter vertering hebben ontvangen, 12 ½ dukaten.

Het St. Laurentiuswapen

Het St. Laurentiuswapen is als volgt verdeeld (doorgesneden en halfgedeeld). In het eerste kwartier staat het stadswapen van Huissen (heraldisch links gaande zwaan op keel). In het tweede kwartier het wapen van keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg. (Adelaar in keel met zwaard en koningsstaf op argent) Oprichter van het St. Laurentiusgilde. In het onderste kwartier het rooster van St. Laurentius.(sabel op goud).

Kruisboogvendel St. Joris

Op 23 april 1975 is het kruisboogvendel opgericht als onderdeel van de Huissense Gilden.

Wat is een kruisboog?

Met de (handgemaakte) kruisboog zoals hieronder afgebeeld, wordt 10 meter traditioneel geschoten. Niet te zien zijn een pijlenkoker een spanner. De boog is moeilijk te spannen met alleen de handen daarom gebruikt men een spanner.

De pijlen zijn vrij klein, langere pijlen zijn niet nodig. Het vizier en de tunnel (voorvizier) zijn afkomstig van het geweerschieten.

Kruisboog

Oefenavond

Op iedere dinsdag (m.u.v. de maanden juli en augustus) wordt in het Koelhuis geoefend of een
wedstrijd geschoten. Vanaf 20.30 uur bent u welkom om een keer te komen kijken en te schieten.

Ook is het mogelijk om ons in te huren voor een demonstratie bij feesten en partijen. Hierbij
kunnen allen aanwezigen een keer schieten onder begeleiding. Wilt hierover meer informatie
stuur dan een email.

Binnen de gilden zijn er verschillende functies te bekleden. Deze zijn:

  • Tamboer,
  • Vendelier
  • Kruisboogschutter
  • Adjudant

De functie van tamboer is officieel alleen een functie voor leden van het St. Laurentiusgilde. De functie van Kruisboogschutter is juist weer een functie die officieel alleen doo leden van het St. Gangulphusgilde kan worden bekleed.

DE TAMBOERS

Voor lopen de tamboers met hun Gildentrommen. De tamboers oefenen regelmatig om hun kunnen op peil te houden en zo mogelijk te verbeteren. Ze begeleiden de vendeliers ook vaak tijdens een vendelhulde.

DE VENDELIERS

Huissen staat bekend als de bakermat van het groeps-vendelen. Het groepsvendelen (minstens vier vendeliers) is in feite het brengen van een groet.

Deze groet mag alleen worden gebracht aan geestelijke en wereldse autoriteiten en aan de eigen Gildenkoningen.

Vandaar dat wanneer er gevendeld wordt de voornaamste van de aanwezigen zich moet opstellen naast de Gildenkoning, omdat de groet aan hem gebracht wordt en de eer afstraalt op de andere aanwezigen.

Ook de vendeliers oefenen eenmaal per week om hun kunnen op peil te houden.

Dit is ook belangrijk voor de vendelwedstrijden die gehouden worden tijdens de gildenconcoursen. De vendeliers hebben al regelmatig een eerste prijs weggesleept.

DE ADJUDANTEN

De adjudanten hebben meer een ceremoniele functie. Ze begeleiden de koningen bij concoursen en historische optochten.

DE KRUISBOOGSCHUTTERS.

Het kruisboogvendel is opgericht in 1975.

Kees Berendsen(+) heeft zich destijds sterk gemaakt om een kruisboogvendel op te richten. Het kruisboogvendel is aangesloten bij de N.K.B.

(Nederlandse KruisboogBond). De schutters doen ook mee aan landelijke wedstrijden. Ze hebben een vaste oefenavond in de week. Ze beschikken over automatische schietbanen.

GEKOZEN FUNCTIES

Voor de volgende functies wordt ie gekozen door de leden:

Generaal, elk Gilde telt er een Kapitein, komt uit het St. Gangulphusgilde Luitenant, komt uit het St. Laurentiusgilde Vaandeldrager, uit beide Gilden komt er een Schuttersknecht, wordt gekozen uit de leden en voert het beheer over de materialen en attributen.

Koningsschilden

Beide Gilden zijn in het bezit van een groot aantal, soms zeer oude zilveren schilden.Van het koningszilver zijn o.a. tijdens de tweede wereldoorlog oude en kostbare exemplaren verloren gegaan. Groot was de verrassing van de Gildenbroeders toen ze in 1969 uit handen van de toenmalige burgemeester Stadhouders vijftien schilden mochten terugontvangen. Het oudste schild was uit 1554 van Claes Smaelevelt, en het jongste uit 1893, van H. Derksen. De schilden waren in het bezit van W.Miners, tijdens de oorlog sergeant-majoor in de "Polar Bear" divisie. Deze divisie was betrokken bij de bevrijding van Huissen in april 1945.

Gangulphusbroche

Bij het landjuweel van 1956 is aan de Gilden een schitterend nieuw borstschild(broche)aangeboden. Deze kwam in de plaats van het helaas begin deze eeuw verkwanselde 16e eeuwse borstschild. Het is een nieuw ontwerp maar de oude elementen zijn wel overgenomen. Dat zijn het Gangulphusbeeld en de beide wapenpenningen. Het verdwenen borstschild werd in 1973 teruggevonden en bevindt nog steeds in particulier bezit. De broche wordt door de koning van het Sint Gangulphusgilde gedragen.

Adjudantsplaten

De zilververzameling telt ook zes adjudantsplaten uit  1779. De afbeeldingen erop zijn van Maria van Kevelaar aan de ene en Sint Gangulphus aan de andere zijde. De stokken met de platen erop worden gedragen door de adjudanten van het Sint Gangulphusgilde.

St. Jannekes

Ook tot het bezit behoren twee zeventiende-eeuwse eikenhouten dekenstokken, de zogenaamde "St. Jannekes". Een met de afbeelding van Sint Gangulphus en een met de afbeelding van St. Laurentius

Flitzenboog

De Flitzenboog is een zilveren handboog. Deze is  waarschijnlijk verloren gegaan tijdens de laatste  wereldoorlog. Zoals bekend ontstond het St. Gangulphus- gilde in 1536 uit een fusie tussen Sint Antonius en Sint Jorisgilde. Het St. Jorisgilde was een voetbooggilde en het Sint Antoniusgilde was een handbooggilde. De leden  van het sint Antoniusgilde hebben met de handboog de stad tijdens het beleg van 1502 succesvol verdedigd. De Flitzenboog sierde de koningsketen van het Sint  Antoniusgilde en werd na de fusie in 1536 aan de  Gangulphusketen gehangen. De huidige Flitzenboog  werd op zondag 27 mei 1990 aangeboden door de toenmalige burgermeester van Wiggen.

Gildeboeken

De historie van de Gilden wordt door zeer oude Gildeboeken gedocumenteerd. Het oudste boek van het St. Gangulphusgilde begint in 1576, met de aantekening van de fusie uit 1536.
Het eindigt in 1777. Het gildeboek aanvangende in 1777 is tijdens de tweede wereld oorlog verloren gegaan. In kopievorm is het gelukkig wel bewaard gebleven. Het boek van het St. Laurentiusgilde dateert uit 1777 en is ongeschonden gebleven. De historie van de Gilden kan niet allen door de oude Gildenboeken worden gedocumenteerd, maar ook door foto- en filmmateriaal. Het oudst bekende filmfragment dateert uit 1921. Er zijn ook veel foto's van de Gilden. Veel oude foto's uit privé-bezit worden door de archivaris gekopieerd voor ons fotoarchief.

Koninklijke erepenning

Op zondag 18 mei 1986 werd er in de Gouden Engel een receptie gehouden door het Sint Gangulphus en het Sint Laurentiusgilde. Dit ter gelegenheid van het feit dat 450 jaar geleden het Sint Gangulphusgilde ontstond uit een fusie van het Sint Antonius en het Sint Jorisgilde. De burgemeester verraste de Gilden, tijdens de druk bezochte receptie, met een koninklijke erepenning. De burgemeester schonk de penning met oorkonde uit naam van Koningin Beatrix aan de jubilerende Gilden.

Altaardwaal

De nieuwste aanwinst van de gilden is een altaardwaal (een witlinnen altaarkleed) met de wapens van beide gilden erop afgebeeld. Deze dwaal werd in 1993 door de toenmalige koningen H. Hoen en T. Kersten met  hun raadsheren geschonken aan de gilden. Op kerkwijdingszondag werd de altaardwaal ingezegend door pastor Weghorst. Tijdens een gildemis hangt dit kleed over het altaar.

Foto en filmarchief

De historie van de gilden kan niet alleen door de oude  Gildenboeken worden gedocumenteerd, maar ook door  foto- en filmmateriaal. Het oudst bekende filmfragment  dateert uit 1921. Er zijn ook veel foto's van de Gilden. Veel oude foto's uit privebezit worden door de archivaris  gekopieerd voor ons fotoarchief.

Gildekapel

De gilden hebben hun eigen kapel in de stadsparochiekerk. De kapel is toegewijd aan vier patroonheiligen: Sint Antonius, Sint Joris, Sint Gangulphus en Sint Laurentius. Na vooroverleg en met instemming van de toenmalige oppergeneraal pastor Van Kessel, werd tijdens de vergadering van 23 april 1961 onder voorzitterschap van J. Lippmann de aanzet gegeven voor de huidige Gildenkapel. Na een loterij en nadat vele inwoners van Huissen een geldelijke bijdrage hadden gegeven, kreeg Kees Berendsen de opdracht voor de inrichting van de kapel. Op 29 mei 1971, in het jaar dat H. Pauwelsen koning was van Sint Gangulhusgilde en C. Sluiter van het St. Laurentiusgilde, werd de kapel door de toenmalige oppergeneraal pastoor Bergsma ingewijd en door de Gildenbroeders feestelijk in gebruik genomen.

De kapel is gelegen aan de noordzijde van de toren van de stadsparochiekerk. Tegen de hoofdwand zijn, op een achtergrond van granol, bronzen reliëfs zijn door Kees Berendsen ontworpen en in brons gegoten. Tegen de muur(tussen de traliehekken) hangt een kopie van het relaas uit 1536 van de fusie tussen het Sint Antonius- gilde en het Sint Jorisgilde tot het Sint Gangulphusgilde. De altaarsteen in de kapel is een van de molenstenen uit de in 1929 gesloopte bolwerkmolen van Huissen. Deze steen van lavabasalt heeft een diameter van 1,43 m. en een dikte van 26,5 cm. In het asgat, dat een doorsnede heeft van 32 cm, is bij de inwijding een loden koker met daarin een gekalligrafeerde oorkonde ingemetseld. In de rand is, naar ontwerp van Kees Berendsen, de navolgende tekst gehouwen:

+ IN + HONOREM + SANCTORVM + ANTONII + GEORGI + GANGVLPHI + LAVRENTI + 1411 + 1536 + 1661 +

De oorspronkelijke opzet om in de Gildenkapel verschillende Gildenattributen zoals het zilver en de dekenstokken te plaatsen, is vanwege veiligheidsredenen niet uitgevoerd.

Bij de Huissense gilden wordt ieder jaar voor koning geschoten. De koning is voor een heel jaar het middelpunt van de gilden. Het is de belangrijkste titel die te verweven is bij de gilden.

Iedere jaar op de zondag het dichtst bij St. Jan (eind juni) gaat er twee keer een klos hoog de lucht in. De gildebroeders die zich hebben op gegeven schieten om de beurt op de klos met als doel het laatste stukje naar beneden te schieten. Wie dat lukt is voor een jaar koning van het gilde. In Huissen zijn er twee koningen en één jeugdkoning. Dit is omdat we twee gilden hebben. De leden van het St. Laurentiusgilde schieten op de blauwe klos en de leden van het St. Gangulphusgilde schieten op de rode klos. De jeugdkoning schiet op een blauw/rode klos. Wanneer iemand drie jaren achter-elkaar zich tot koning schiet wordt hij keizer voor het leven. Een ere-titel.

In de historie van de gilden is er niet ieder jaar voor koning geschoten. Soms werd er niet geschoten vanwege tijd van oorlog of gebrek aan welvaart. Maar sinds 1945 is er onafgebroken elk jaar geschoten op de rode klos. Ook op de blauwe klos werd al vanaf 1945 elke jaar geschoten maar in 2013 stopte deze record-reeks omdat er vanuit het St. Laurentiusgilde geen kandidaten waren. 67 achtereen koningschieten is een record in de gildenhistorie en de gildebroeders van het St. Gangulphusgilde houden die reeks nog levend.

Dit zijn alle koningen van het St. Gangulphusgilden en St. Laurentiusgilde sinds 195 en de jeugdkoningen vanaf de invoering van het jeugdkoningschieten in 2003. Wanneer iemand zich tot keizer voor het leven schoot staat er "(keizer)" achter zijn naam

 

   St. Gangulphusgilde  St. Laurentiusgilde  Jeugdkoning
1945 J.J. Lippmann A. Bleumer
1946 J. Arends A. Bleumer
1947 G. J. Bleumer Wim van Geelen
1948 J.J. Lippmann G.Th. Reijmers
1949 J. Arends G.Th. Reijmers
1950 G. Bleumer G.Th. Reijmers (keizer)
1951 J.J. Lippmann J.A. Bouwmeister
1952 A. Bleumer C. Bleumer
1953 H.H. Derksen C. Bleumer
1954 J.J. Lippmann C. Bleumer (keizer)
1955 Johan Timmermans Jan Arends
1956 A. Vermeulen Thomas Lippmann
1957 Jan Bouwmeister Thomas Lippmann
1958 W. Sluiter G. Bouwmeister
1959 W. Sluiter Hent Peters
1960 W. Sluiter (keizer) Hent Peters
1961 G. Bleumer Benny Bouwmeister
1962 H. Dibbes Benny Bouwmeister
1963 Wim Sluiter Hent Peters
1964 Jan Sluiter Geert Brons
1965 Bertus Derksen Cor Sluiter
1966 Bertus Derksen A. Roelofs
1967 Geert Brons Cor Sluiter
1968 Jan Sluiter Wim Hofstede
1969 Bertus Roelofs (vader) Albert Roelofs (zoon)
1970 Herman Pauwelsen Cor Sluiter
1971 Jan Vermeulen Jan Könning
1972 Jan Bouwmeister Wim Pauwelsen
1973 Bart Könning Cor Sluiter
1974 Henk Sluiter Hans Bouwmeister
1975 Henk Sluiter Bert Bouwmeister
1976 Jan Könning Hans Bouwmeister
1977 Jan Könning Wim Pauwelsen
1978 Bart Könning Geert van Dalen
1979 Martien Berendsen Geert van Dalen
1980 Bart Könning Arnold Jörissen
1981 Wim Peters Arnold Jörissen
1982 Jan Bouwmeister Wim Pauwelsen
1983 Servaas Tonk Harry Berendsen
1984 Martien Berendsen Geert van Dalen
1985 Thijs Hendriks Harry Berendsen
1986 Peter Otker Louis Muller
1987 Peter Otker Louis Muller
1988 Peter Otker (keizer) Hugo Vermaas
1989 Ben Stegeman Michiel Bles
1990 Ben Stegeman Tjebbe Kersten
1991 Ben Stegeman (keizer) Tjebbe Kersten
1992 Hans Hoen Tjebbe Kersten (keizer)
1993 Bart Mos Ignace Hoen
1994 Bart Mos Henk Iding
1995 Geert van Dalen Tjebbe Kersten
1996 Bert Bouwmeister John Kradolfer
1997 Jan Könning Ivan Matthijssen
1998 Henk Bouwmeister Tjebbe Kersten
1999 Jan Könning Roger Coenen
2000 Geert van Dalen Wim Kersten
2001 Henk Lippmann Ivan Matthijssen
2002 Wim v/d Jagt Ignace Hoen
2003 Wim v/d Jagt Frank Pauwelsen Willem Borgers
2004 Wim v/d Jagt (keizer) Frank Pauwelsen Mike Berendsen
2005 Theo Bouwmeister Frank Pauwelsen (keizer) Jan Giesen
2006 Henk Lippmann John Rijfkogel Bram Hubers
2007 Henk Lippmann Frank Pauwelsen Stef Arends
2008 Henk Lippmann (keizer) Wim Kersten Matthijs Hermeling
2009 Frits van Brummelen Wim Kersten Yke van Ingen
2010         Frits van Brummelen Tjebbe Kersten Bram Hubers
2011 Albert Janssen Ivan Mathijssen Bram Hubers
2012 Henk Lippmann Ivan Mathijssen Joey Schoenmakers
2013 Harry Berendsen Geen Joey Schoenmakers
2014 Albert Janssen Tjebbe Kersten
2015 Henri Hermeling (vader) Matthijs Hermeling (zoon)
2016 Albert Janssen Ivan Mathijssen
2017 William Saat Ivan Matthijssen